|
Startpagina Methode Heijkoop |
De taal van het huilen
Door Henk Algra
Emailadres :h.algra@philadelphia.nl
Veel ouders ervaren het huilen van hun kind als één van de grootste problemen bij de opvoeding. Onlangs verscheen een boek dat geheel gewijd is aan het huilen van jonge kinderen (van 0 t/m 8 jaar). De auteur, ontwikkelingspsychologe dr. Aletha J. Solter, deed 25 jaar lang onderzoek naar het huilgedrag bij kinderen.
Huilen: negeren of sussen?
Huilen heeft, volgens Solter, opvoeders altijd op het verkeerde been gezet. In de Middeleeuwen dacht men dat kinderen die veel huilden bezeten waren door de duivel. In de 18e eeuw dacht men dat huilende babys en dwarse peuters teveel verwend waren. Slechts door het breken van de wil zou men het kind weer op het rechte pad kunnen krijgen. In de gedrags-therapie (belonen, straffen, conditioneren) worden huilen en driftbuien geplaatst onder het kopje ongewenst gedrag. Dat gedrag is aangeleerd en kan dus ook afgeleerd worden.
In de tweede helft van de 20e eeuw ontwikkelde zich (ten dele in reactie op de voorgaande opvattingen) een nieuwe pedagogische stroming: het huilen van de baby is communicatie. Op ieder kikje van het kind moet de moeder verzorgend of kalmerend reageren door het de borst te geven of te wiegen.
Risicos
Hoewel Solter zich meer thuis voelt bij het idee dat ouders juist positief moeten reageren op het huilen van hun kind ziet ze in deze manier van denken ook een groot risico. "Hoe liefdevol deze benadering ook mag lijken, ze gaat nog steeds voorbij aan de belangrijkste functie van huilen. En ze zadelt ouders ook nog eens op met een onmogelijk zware last, door het hen aan te praten dat het hún taak is om ervoor te zorgen dat babys en kinderen niet huilen."
Als je kind voortdurend huilt krijg je als moeder het gevoel dat je geen goede moeder bent. Dus zul je nóg meer proberen om je kind te sussen. Als dat niet lukt loopt de spanning (verder) op. Uit onderzoek komt naar voren dat veel moeders uiteindelijk een grote mate van vijandigheid voelden ten opzichte van hun huilende kind, dat ze zich depressief voelden of dat ze de neiging hadden om het kind te slaan. Maar liefst 80% van de mishandeling bij babys begint als de ouders er niet in slagen om hun kind te kalmeren (15).
Een heel andere ingang
In tegenstelling tot het gangbare idee dat het huilen moet stoppen ziet Solter huilen als een noodzakelijke reactie van de baby op stress.
"Niet ieder huilen duidt op een directe wens of behoefte. Vaak ontstaat het huilen vanuit een natuurlijk mechanisme om stress te ontladen." Als je als moeder denkt dat je je baby bij het eerste gepruttel al direct de borst moet geven interpreteer je het huilen verkeerd. Daarmee onderdruk je de natuurlijke spanningsontlading van het kind. Anderen laten de baby lachen: "een reactie die wijst op gebrek aan respect". Solter: juist door te mógen en te kunnen huilen kan de baby spanningen kwijt. "Als kinderen behoefte hebben aan huilen moeten ze de gelegenheid krijgen om net zo lang te huilen als ze willen" (42).
Oorzaken van spanningen bij de baby
Kinderen maken nogal wat mee in hun jonge leven. Omdat dat hen allemaal overkomt (ze begrijpen het niet) leidt dit bij het kind tot stress. Zo is de bevalling volgens Solter- een ingrijpende gebeurtenis, zeker wanneer dit gebeurt in een ziekenhuis dat nauwelijks is ingesteld op de emotionele behoeften van een baby (sfeer, gedempt licht enz.). Ze verwijst naar onderzoeken waaruit blijkt dat kinderen die een stressvolle geboorte hebben gehad ook vaker gespannen en snel geïrriteerd zijn, mogelijk door een teveel aan stress-hormonen . Deze babys hebben ook vaak slaapproblemen.
Behalve de stressvolle geboorte noemt Solter nog veel andere spannings-bronnen bij babys. Kinderen zijn zeer gevoelig voor prikkels en voor spanningen en ze hebben daar ook geen weerstand tegen. Ze illustreert de reactie van de baby op stress aan de hand van enkele indrukwekkende persoonlijke ervaringen. Voorbeelden van stress:
Stress en voeding
Stress bij babys leidt ook tot een verstoorde spijsvertering. In dit verband plaatst Dr. Solter een groot aantal kritische kanttekeningen bij het idee dat darmkrampen dé oorzaak zouden zijn van het vaak huilen van babys. Voedsel-allergie bestaat (en dus zijn er kinderen die opknappen als ze op dieet worden gezet), maar ze vindt dat deze verklaring te vaak eenzijdig wordt gehanteerd.
Vaak wordt allergie voor koemelk als reden voor het huilen genoemd. "Als een baby erg veel huilt moet je altijd met die mogelijkheid rekening houden." Tegelijkertijd stelt Solter op basis van allerlei onderzoek- dat deze oorzaak slechts bij een klein deel van de huilbabys wordt gevonden. Veel vaker gebeurt er iets heel anders. Als een baby veel huilt veroorzaakt dit gasvorming in de darmen omdat er lucht wordt ingeslikt. Met andere woorden: "omdat de traditionele fysiologische verklaringen voor huilen niet toereikend zijn, moet er ook gekeken worden naar psychologische oorzaken" (51). Niet geuite spanning kan leiden tot een vertraagde darm-functie, met als gevolg: darmkrampen. Een andere houding of buikmassage kunnen dan verlichting geven (en op zich ook goed zijn) maar het zijn volgens Solter- vormen van symptoom-bestrijding, omdat de werkelijke oorzaak in de niet geuite stress zit.
Lichamelijke reacties op stress
Het 3e hoofdstuk van het boek gaat over de lichamelijke effecten van stress. Als mensen schrikken vinden er in hun lichaam allerlei fysiologische effecten plaats. De pupillen worden groter, de hartslag wordt sneller en de bloeddruk hoger. Ook de hersenen gaan anders functioneren. Zo stuurt de hypofyse het hormoon ACTH (= adreno-corticotroop hormoon) de bloedstroom in, dat op zijn beurt weer de bijnierschors (aanmaak van cortisol) activeert. Door al deze lichamelijke processen kan je lichaam snel en adequaat een topprestatie leveren. Wanneer je oog in oog staat met een gevaarlijke vijand of met een verslindend dier móét je immers wel snel handelen. Je gaat vechten óf je rent heel hard weg. Op die lichamelijke reactie volgt ook een emotionele spannings-ontlading. In onze tijd hebben we die lichamelijke reacties op gevaar echter nauwelijks meer nodig. Solter: "en dus zitten we met een lichamelijke reactie waar we niets aan hebben" (23). Wanneer mensen vaak in dergelijke situaties verkeren is er sprake van chronische stress die geen lichamelijke ontlading weet te vinden. Hartslag en bloeddruk raken daardoor ontregeld en het lichaam onttrekt teveel bloed aan de spijsverteringsorganen (maag-en darmklachten) .
Langdurige stress die in het lichaam blijft veroorzaakt daarnaast verstoringen in het immuun-systeem: de weerstand tegen infecties wordt minder.
De fysiologie van het huilen
Opmerkelijk is het gedeelte dat gaat over de fysiologie van het huilen. Er wordt onderzoek geciteerd waaruit blijkt dat mensen na het huilen een lagere bloeddruk en polsslag laten zien. "Huilen is een toestand van lichamelijke opwinding, gevolgd door een diepe ontspanning." Maar kun je die ontspanning na het huilen ook lichamelijk verklaren?
Frey en Langseth deden onderzoek naar de samenstelling van tranen onder verschillende condities: huilen als je een ui doorsnijdt én huilen als gevolg van emoties. Het bleek dat de chemische samenstelling van het traanvocht bij de ui anders was dan na een emotionele ontlading. De ene traan is dus de andere niet ..! Juist bij het emotionele huilen blijken er allerlei stoffen in het traanvocht aanwezig te zijn die van invloed zijn op het functioneren van het zenuwstelsel. Eén van die stoffen is ACTH. Solter concludeert dan ook dat fysiologisch aantoonbaar is dat huilen de stress in het lichaam vermindert. Met het traanvocht raken mensen ook die stoffen in hun lichaam kwijt die anders het niveau van lichamelijke alertheid op een te hoog peil houden (dat te hoge niveau is de lichamelijke component van stress).
Omdat mannen (door culturele factoren) veel minder geneigd zijn om te huilen zou dat ook kunnen verklaren waarom zij meer vatbaar zijn voor ziektes die met stress te maken hebben (44).
Solter: "Huilen is dan ook een heilzaam fysiologisch proces. Het is geen nodeloos bijproduct van stress, maar een belangrijk onderdeel van de cyclus van spanning en ontspanning. Huilen maakt energie vrij, vermindert spanning, verlaagt de bloeddruk, verwijdert stresshormonen en neurotransmitters uit ons lichaam en herstelt de fysiologische balans (27)" .
Huilen is gezond
"Kinderen die genoeg huilen ondervinden daar de voordelen van", schrijft Solter. "Ze vertonen een betere emotionele gezondheid, een gezondere hechting aan volwassenen, een hogere zelfwaardering en een beter leervermogen. Ook zijn ze gemakkelijker in de omgang"(28). Je zou bijna gaan hopen dat je een kind hebt dat veel huilt . Waarom is huilen zo belangrijk?
* Huilen verbetert de emotionele gezondheid. Solter citeert o.a. een onderzoek waaruit o.a. blijkt dat kinderen die bij de opname in een ziekenhuis veel huilden uiteindelijk juist betere patiënten bleken.
Kinderen die aanvankelijk gemakkelijk leken vertoonden bleken achteraf juist veel meer problemen te geven. Die gemakkelijke kinderen leken wel meegaand, maar ze vertoonden later meer tekenen van stress, zoals eetproblemen en slaapstoornissen .
* Huilen draagt bij tot een gezonde hechting tussen ouder en kind. Instinctief hebben kinderen de neiging om zo dicht mogelijk bij de vertrouwde verzorgers te blijven.
Opmerking: Solter schrijft dat kinderen zeker tot hun 5e jaar behoefte aan een grote mate van continuïteit in de opvoeding en dat peuters en kleuters dan ook lijden onder langdurige afwezigheid van de ouders . Dé autoriteit op het gebied van hechting, John Bowlby, is dan ook van mening dat kinderen bij scheiding en verlies openlijk hun verdriet moeten kunnen uiten. Kinderen van ouders die deze emoties afwijzen kunnen, aldus Solter, zich extreem veeleisend of over-afhankelijk op gaan stellen. Anderen zoeken geen troost bij de opvoeder, een symptoom van een zwakke hechting én een voorspeller van veel latere ernstige emotionele problematiek en van gedragsproblemen. "Bovendien zal iedere poging om het kind van het huilen af te leiden voor hem aanvoelen als een vorm van emotionele lading" (31).
* (Mogen en kunnen) huilen maakt kinderen gemakkelijker in de omgang. Na een flinke huilbui is de stemming van kinderen vaak veel positiever. Babys die genoeg kunnen huilen en daarbij liefdevol worden vastgehouden vragen veel minder aandacht en slapen s nachts veel beter door.
* Kinderen die genoeg huilen vertonen betere leerprestaties. Zoals al bij de fysiologie van het huilen werd opgemerkt raken kinderen die huilen ook veel stress in hun lijf kwijt. Stress is de belangrijkste blokkade bij het leren. Er bestaat een opvallend sterk verband tussen stress en intelligentie; kinderen met veel stress hebben gemiddeld een duidelijk lager IQ .
Huilen en ADHD
De afgelopen jaren is in de media veel aandacht besteed aan ADHD (kinderen met aandachts-tekorten en/of hyperactiviteit). Solter staat zeer kritisch tegenover deze diagnose. Uit veel onderzoek in gezinnen met een kind met ADHD komt naar voren dat de ouders meer dan gemiddeld gestresst zijn. Dat lijkt logisch, want het opvoeden van kinderen met ADHD vraagt een topprestatie van de ouders. Toch vraagt Solter zich af of deze redenering niet te gemakkelijk wordt toegepast. Kan het ook niet omgekeerd zijn: "dat het gedrag van de kinderen misschien eerder het gevolg is van gezinsproblemen dan de oorzaak ervan"?
Voor alle duidelijkheid: ze ontkent niet dat er kinderen met ADHD zijn, maar het valt haar op dat veel gedrag dat tegenwoordig vanuit deze diagnose wordt verklaard sprekend lijkt op gedrag van kinderen met een zgn. post-traumatische stress-stoornis (reactie op ernstige stress). "Het lijkt dan ook aannemelijk dat een deel van het drukke gedrag van veel kinderen ligt in een geschiedenis met veel stress of in een gespannen thuissituatie".
Daarnaast stelt Solter dat er te eenzijdig wordt gekeken naar een verstoorde chemische huishouding als verklaring van het gedrag van het kind. Ze citeert onderzoek waaruit zou blijken dat er ook verstoringen in het functioneren van de hersenen (zoals neurotransmitters) kunnen ontstaan als gevolg van langdurige emotionele traumas.
Het is dus én-én: een kind kan druk zijn door een stoornis in de hersenen, maar de stoornis kan ook een gevolg zijn van langdurige stress. Dit gegeven maakt Solter kritisch ten opzichte van het gebruik van medicatie, zoals Ritalin. "Behandeling met medicijnen helpt soms, maar de tendens om medicatie voor te schrijven maakt ook dat gezinnen niet meer zoeken naar mogelijke psychologische en omgevingsoorzaken voor het gedrag van het kind" (39)
Je eigen levensgeschiedenis
De meeste ouders zullen proberen hun kind te laten stoppen met huilen. Soms gebeurt dat op een harde manier, met een tik: "Als je niet stopt met huilen, dan gééf ik je wel iets om te huilen". De meeste ouders zullen intuïtief aanvoelen dat het dan niet goed gaat in de opvoeding. Dat geldt ook voor het dreigen met straf of het afzonderen. Opmerkelijk is echter dat Solter een lange rij van manieren opsomt die (in mijn beleving) juist positief kunnen zijn, zoals: afleiden met muziek, beweging, spelletjes, het kind aan het lachen maken, een fopspeen, de fles of de borst geven (41).
Solter geeft aan dat onze eerste reactie op een huilend kind vaak dezelfde zal zijn als de wijze waarop onze ouders het huilen wilden doen stoppen. Soms ook zullen we juist helemaal omgekeerd reageren, maar het effect is vaak hetzelfde. Ze stelt in haar boek een aantal vragen die je jezelf als opvoeder kunt stellen (124):
Controlepatronen
Als kinderen en volwassenen niet mogen huilen zullen ze hun spanning uiten door middel van allerlei controlepatronen: manieren om het huilen te voorkomen. Voorbeelden zijn: allerlei verslavingen, over-eten, nagelbijten, spierspanning, overactief zijn. Een belangrijk deel van deze gedragingen heeft ook (weer) invloed op onze hormoon-huishouding (zie: de fysiologie van het huilen). Bij babys noemt Solter als vormen van controle-gedrag: vaak willen drinken om getroost te worden (i.p.v. om honger te stillen), veel duimzuigen, erg hangen aan één opvoeder of aan een knuffel.
Daarnaast noemt ze druk gedrag en wiegen of bonken als vormen die kleine kinderen hanteren om verdriet hanteerbaar te maken. Later in de ontwikkeling zie je bij peuters en kleuters veel rituelen ontstaan, zodat ze controle kunnen houden over de hen omringende wereld. De speelgoed-beesten moeten op een vaste plek om het bed heen staan, er moet steeds hetzelfde liedje worden gezongen; alles moet kloppen en voorspelbaar zijn .
Kinderen die s nachts wakker worden
Bijzonder kritisch staat Solter tegenover de gewoonte van ouders om hun kind, als het s nachts wakker wordt, de borst of de fles te geven of te wiegen totdat het in slaap valt. Ze veronderstelt zelfs dat de ouders juist door deze houding het slaapprobleem van hun kind zelf in stand houden. "Het heeft geen zin om je kind op deze manier af te leiden, want dat betekent alleen maar uitstel" (61). "Het lijkt erop dat dit dan altijd werkt. Maar wat een eenmalige gebeurtenis leek herhaalt zich. In plaats van dat de baby langer doorslaapt wordt hij juist vaker wakker .."(80). "Ik vind het ontzettend jammer dat ouders niet weten dat het leven veel eenvoudiger zou zijn als ze niet elke keer opnieuw zouden proberen om hun kind te laten stoppen met huilen" .
In het elfde hoofdstuk schrijft Solter hoe je verantwoord met een huilend kind om kunt gaan. In plaats van wiegen of de borst geven zou je juist het huilen moeten toestaan, de baby gericht en stevig vast moeten houden, goed (oog-) contact met hem moeten maken, je bewust zijn van je eigen emoties, verwoorden wat je bij de baby denkt waar te nemen. Aanvankelijk leidt deze houding vaak tot een toename van het huilen, maar uiteindelijk zal het kind veel meer ontspannen worden. Je neemt het kind namelijk serieus en geeft hem de ruimte om zijn spanningen te laten ontladen.
De tweede helft van het boek gaat over huilen en boosheid bij kinderen van 1 tot 8 jaar. In principe zijn in dat deel de uitgangspunten hetzelfde, al ziet het gedrag van het kind er anders uit. Boosheid en huilen ziet Solter als manieren om spanning te ontladen. Ouders moeten zich zorgen maken als hun kind niet huilt of boos wordt. Die kinderen kroppen vaak hun stress op en zoeken geen troost meer. In het 27e hoofdstuk noemt ze een aantal veel gestelde praktische vragen (zoals het verschil tussen behoeften en onredelijke eisen; wat doe ik met het vele duimzuigen van mijn kind?).
Evaluatie
Dit boek van Solter bood mij soms heel nieuwe inzichten in het kijken naar het gedrag van kinderen. Soms schrok ik ook van de inhoud. Heb ik daar altijd zó verkeerd naar gekeken? Heb ik toch allerlei factoren over het hoofd gezien? Moest ik in mijn lessen toch andere accenten leggen? Had ik mijn artikelen tóch anders moeten schrijven? Ook voor ouders van huilbabys en van kinderen met ADHD kan de inhoud van het boek schokkend zijn. "Krijgen wij nu alwéér de schuld?" Omdat de schuldvraag zo gevoelig ligt (verdriet en schuld liggen immers heel dicht bij elkaar) is de reactie vervolgens vaak: "maar dat kán toch niet waar zijn? Weer zon zogenaamde deskundige die van achter haar bureau van alles bedenkt". Die reactie is begrijpelijk, maar niet altijd terecht. Bovendien baseert Solter haar ideeën op zeer veel onderzoek.
Moeten het boek dus maar op de pedagogische brandstapel? Nee, zeker niet. Trouwens, ze ontkent de lichamelijke factoren niet, ze legt er nog een manier van kijken naast. Haar toonzetting is ook niet van dien aard dat ze ouders de schuld wil geven, wél wil ze alternatieven aanreiken. Daarnaast merk ik op dat de krampachtigheid waarmee ouders soms aan lichamelijke oorzaken vasthouden en alle andere oorzaken afwijzen in feite leidt tot een nieuw taboe. Als deze vragen niet gesteld mógen worden wordt een verdere groei van inzichten belemmerd. Kind én ouders zijn daar de dupe van.
Opvoeding is niet óf-óf, maar én-én. Oorzaken van binnenuit en van buitenaf beïnvloeden elkaar wederzijds. De gebrokenheid van deze wereld beïnvloedt ook de manier waarop we opvoeden. Daar spelen ook altijd emotionele factoren in mee. Nadenken over opvoeding is eigenlijk hetzelfde als het leggen van een puzzel: ieder stukje dat je legt maakt het beeld completer. Solter leverde mij daarbij een aardig hoekstukje.